Steeds meer jongeren op internet

Wereldwijd meer internetgebruik

Het OECD (Organisation for Economic Co-operation and Development) heeft aangetoond dat jongeren (15 jarigen) wereldwijd steeds meer toegang hebben tot het internet én er ook gebruik van maken. Zo hebben jongeren steeds vaker een smartphone of een tablet thuis en surfen zij ook op het internet nog voordat zij 10 jaar zijn. Maar meer internet betekent niet meer sociale media gebruik… of toch wel?

Hieronder nemen we een aantal interessante uitkomsten met je door van het OECD:

Bijna 95% heeft toegang tot internet thuis

Het is niet meer dan normaal dat iedereen thuis toegang heeft tot internet. Maar wereldwijd zijn er grote verschillen tussen de landen. In lage-loonlanden als Algerije, Indonesië, Peru en Vietnam geeft minder dan een op de twee studenten aan thuis toegang te hebben tot internet. Bijna alle studenten in Denemarken, Estland, Finland, IJsland, Noorwegen, Slovenië en Zwitserland geven aan thuis toegang te hebben tot het internet. In Nederland heeft 98,7% thuis toegang tot internet, boven het gemiddelde van 95%.

Steeds meer huishoudens hebben internet

De resultaten uit 2015 zijn vergeleken met de resultaten van negen jaar geleden, 2006. Honderdduizenden studenten hebben pas in de afgelopen jaren voor het eerst thuis toegang verkregen tot internet. De groei in 2015 t.o.v. 2006 is het grootst in Chili, Rusland, Roemenië, Slowakije. Ook in de periode 2012-2015 hebben steeds meer huishoudens thuis internet. Landen als Thailand, Tunesië, Albanië en Vietnam vertonen de grootste groei in deze periode.

 

Steeds meer mobiele apparaten (op jonge leeftijd)

91% van de studenten gaf aan een mobiel te hebben thuis met toegang tot internet, 74% heeft een laptop thuis, 60% een pc en 53% een tablet met toegang tot internet. Minder dan 40% van de studenten in de Dominicaanse Republiek en Peru beschikken over een laptop of een pc. In Australië, België, Denemarken, IJsland, Luxemburg, Nederland en Portugal heeft 80% van de studenten thuis een laptop of pc. Het aantal studenten die met een smartphone thuis toegang hebben tot het internet groeide in 2015 met 19%-punt t.o.v. 2012. Het toegang tot het internet thuis met een tablet groeide in dezelfde periode met 30%-punt.
Nog voordat ze kunnen lezen hebben steeds meer kinderen een mobiele apparaat en maken ze gebruik van het internet. Gemiddeld heeft 61% van de studenten voor het eerst toegang gehad tot het internet nog voordat zij 10 jaar oud waren. 18% gaf zelfs aan 6 of jonger te zijn. In 2012 gaf 33% van de Nederlandse jongeren aan 6 of jonger te zijn bij hun eerste internetgebruik. In 2015 gaf nog maar 24% dit aan.

Internet ≠ sociale media

Hoewel dit de cijfers zijn van een twee jaar durend onderzoek, heeft PEW vorig jaar (2016) ook een onderzoek gedaan naar het gebruik van sociale media onder de totale bevolking van 14 landen.

Gemiddeld gebruikt 57% van de ondervraagden sociale media. Sociale media wordt regelmatig gebruikt in landen als Zweden, Nederland, Australië en de Verenigde Staten. Er is slechts een kleine minderheid (+/- 22%) die aangeeft geen gebruik te maken van sociale media en een klein deel (7%) geeft aan helemaal geen internet te gebruiken.

Aan de andere kant van het spectrum bevinden zich landen als Duitsland, Japan, Griekenland én Frankrijk waar minder dan de helft sociale media gebruikt. Slechts 37% maakt gebruik van sociale media in Duitsland, bijna de helft (49%) geeft aan geen sociale media te gebruiken op internet en een kleine minderheid (15%) heeft geen internet. In Griekenland heeft 40% geen internet, ook in Hongarije (33%) en Italië (29%) zijn er mensen die geen internet hebben.

PEW concludeert dat sociale media wordt gebruikt door mensen die jong, hoogopgeleid en rijk zijn. Gemiddeld maakt 88% van de jongeren (18-34 jaar) uit de 14 landen gebruik van sociale media.
Young people much more likely than those 50 and older to use social media

 

Meer lezen? Bekijk dan het Rapport OECD of het artikel van PEW

Lees ook